Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord

Waarom is het PVB nodig?

 

Misschien heb je je al afgevraagd waarom een dergelijke fundamentele wijziging nodig is. Vlaanderen heeft vandaag toch ook een betere sociale zekerheid dan vele andere landen?

Er zijn een heel aantal factoren die aansturen op een wijziging van hoe de sector wordt gefinancierd.

  1. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) wordt geconfronteerd met een sterk stijgende vraag. Om hieraan tegemoet te komen moeten ze: nog meer prioriteiten stellen of meer middelen voorzien of creatievere ondersteuningsvormen voorzien of efficiënter te werk gaan. Met het PVF proberen ze dat te doen.
  2. Op 2 juli 2009 keurde België het VN-Verdrag inzake rechten van mensen met een handicap goed. De implementatie van dit verdrag bleef uit. Het kwam zelf zover dat de VN bij een eerste evaluatie ons land op de vingers tikte omdat er te weinig vooruitgang was geboekt. Er was een ‘gebrek aan inclusief onderwijs, werk en wonen, er was sprake van veel te lange wachtlijsten en een algemeen gebrek aan toegankelijkheid’. Tegen de tweede evaluatie in 2019 moest dit alles veel beter. Met het PVF probeert minister Vandeurzen hieraan tegemoet te komen.
  3. Vanuit het vakgebied van de ‘disability studies’ wordt het begrip ‘handicap’ benaderd als een sociaal construct. Dit betekent dat je maar een ‘beperking’ hebt in zoverre dat jouw omgeving niet aangepast is aan jouw situatie. Als je rolstoelgebruiker bent en woont en werkt in een stad met alleen maar toegankelijke gebouwen ben je dus minder beperkt dan een andere rolstoelgebruiker die op het platteland woont en nergens binnen kan. Deze focus op het wegnemen van spreekwoordelijke drempels in de omgeving van mensen met een handicap kenmerkt het dominante denkkader over deze materie sinds de jaren 1990. Ook het PVF is als constructie schatplichtig aan dit denkkader.
  4. Het middenveld in Vlaanderen is actief, mondig en goed georganiseerd. Deze ‘civil society’ is een belangrijke speler in de Vlaamse besluitvorming en heeft ook bij de ontwikkeling van het PVF meer dan van zich laten horen. Het zijn actieve gebruikersorganisaties geweest die het over de jaren heen nooit hebben nagelaten druk uit te oefenen op het beleid. Er was altijd kritiek, het thema kwam geregeld in de pers, wantoestanden gingen niet onopgemerkt voorbij. Mondige gebruikers hebben deze wijziging in gang gestoken. Onafhankelijk Leven vzw is al sinds vele jaren de drijvende kracht in deze vrijheidsstrijd.  
  5. De economische crisis en de heersende besparingslogica zetten een minister wel eens aan het denken. Het modewoord dat in deze context keer op keer terugkeert is ‘efficiëntiewinst’. Met hetzelfde geld kan je meer doen als je snoeit in de overheadkosten bijvoorbeeld. Een groter aandeel van het geld moet rechtstreeks naar de ondersteuning zelf gaan en niet naar administratie of logistiek.
  6. Daarnaast ziet de overheid zichzelf ook steeds meer als facilitator dan als dienstverlener. Organisaties worden aangemoedigd om zelf een dienstverlening uit te bouwen die, deels, gesubsidieerd wordt door de overheid. Zo speelt de marktwerking wat ten goede komt aan de kwaliteit en de kostprijs.
  7. Een laatste factor is de wens om tot zorgvernieuwing te komen. We leven in een periode waarin alles heel snel verandert. Sommige nieuwe beperkingen steken de kop op terwijl andere minder relevant worden. Vanuit de menswetenschappen krijgen we nieuwe inzichten voorgeschoteld die het begrip 'handicap' herbekijken en zelfs herdefiniëren. Dat ook de ondersteuningsvormen evolueren is dan ook niet vreemd. Om tot zorgvernieuwing te komen moet de gebruiker, de klant, veel meer inspraak hebben in zijn of haar ondersteuning. De mogelijkheid om een andere ondersteuner op te zoeken is net zo cruciaal. In dit nieuwe kader zou dat meer en meer mogelijk moeten worden.