Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord

Verantwoorden van de kosten

Een groot verschil met het systeem van het PAB is dat je met een PVB een stuk van jouw budget niet moet verantwoorden. Dit kan je dus besteden aan wat je maar wil. Op je kostenstaat moet je vermelden welke sommen je vrij hebt besteed. Het gaat om maximum

  • 1800 euro voor de budgetcategorieën 1 tem 4
  • 3600 euro voor de budgetcategorieën 5 tem 12 

Naast deze som moet je alle uitgaven wel verantwoorden. Dit kan je doen aan de hand van een kostenstaat. 

Volgende kosten zullen aanvaard worden

 1. Kosten van een ondersteuner die men zelf in dienst neemt

  • loonkosten, vakantiegeld
  • maaltijdcheques
  • verplichte verzekeringen, kosten arbeidsongevallenverzekering
  • Kosten preventie en bescherming op het werk
  • Kosten jaarlijks medisch onderzoek
  • Opleidingen relevant voor de taken als ondersteuner 

2. Kosten van sociaal secretariaat
3. Kosten van interimkantoor
4. Kosten van vrijwilligers (via vrijwilligersorganisatie)
5. Lidgelden vrijwilligersorganisatie
6. Zorggebonden kosten van ondersteuning door een vergunde zorgaanbieders of die bij een vergunde zorgaanbieder wordt ingekocht
7. Aankoop van dienstencheques en PWA-cheques
8. Verplaatsings- en administratieve kosten die worden aangerekend door een dienstenchequebedrijf;
9. Inschrijvingsgeld bij een plaatselijk werkgelegenheidsdsagentschap
10. Kosten van bijstandsorganisaties
11. Lidgeld van een bijstandsorganisatie
12. Kosten die voortvloeien uit een overeenkomst met een natuurlijke persoon of een rechtspersoon over het verlenen van individuele ondersteuningsfuncties;
13. De gebruikersbijdrage die gevraagd wordt door een organisatie of dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin / remgelden van reguliere (welzijns)diensten
14. Kosten voor niet-subsidieerbare tolkuren Vlaamse Gebarentaal
15.Kosten van vervoer op voorwaarde dat men hiervoor een overeenkomst heeft afgesloten (vb. mindermobielencentrale, taxibedrijf, een zelfstandige,).
16. De kosten die voortvloeien uit een overeenkomst met een familielid dat tot de tweede graad verwant is of met een persoon die deel uitmaakt van het gezin van de persoon met een handicap
17. Kosten voor de organisatie en het beheer van het budget
18. De kosten voor zorg en ondersteuning die wordt verleend op basis van een overeenkomst met een rechtspersoon( vzw of een vennootschap), die maximum 15 ondersteuningsovereenkomsten heeft afgesloten met cliënten en waarbij minimaal twee derden van de leden van de Raad van Bestuur en de meerderheid van de algemene vergadering familie tot de 2de graad zijn van de cliënten.

De budgethouder dient voor de verantwoording van zijn besteding de overeenkomsten en bewijzen m.b.t. de geregistreerde kosten gedurende 7 jaar te bewaren. Deze kunnen door het VAPH worden opgevraagd of door zorginspectie worden ingekeken.

 

Ander kosten die al door het VAPH of door een federale, communautaire, regionale of lokale overheid worden gesubsidieerd zullen niet aanvaard worden. Men aanvaardt geen dubbele subsidiering.

 

Terug naar Richtlijnen PVB