Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies. Ik ga akkoord Ik ga niet akkoord

Opzegtermijn van langer dan 3 maanden niet afdwingbaar

Geschreven door Cor Van Damme in de categorie Nieuws


, , , .


Opzegtermijn van langer dan 3 maanden niet afdwingbaar

 

In het kort

I. Overeenkomsten tussen voorzieningen en gebruikers zullen in het PVB systeem nog belangrijker worden

II. Een voorziening kan een overeenkomst enkel éénzijdig en vroegtijdig stopzetten als daar heel dwingende redenen voor zijn

III. De opzegtermijn van 3 maanden geldt altijd, ook al werd er in de overeenkomst een termijn van 6 of 12 maanden afgesproken

IV. De partij die de vastgestelde of overeengekomen opzeggingstermijn niet respecteert is een verbrekingsvergoeding verschuldigd aan de tegenpartij

Voorbeeld

Flo heeft een overeenkomst met een voorziening waar ze 7 dagen op 7 verblijft. Dit contract heeft 2020 als einddatum. Als één van de partijen dit vroeger wil beëindigen is er sprake van een opzegtermijn van zes maanden.

Begin mei 2017 beslist de familie van Flo dat ze beter ondersteund zou worden in een andere voorziening. Zij zeggen de overeenkomst éénzijdig op. Flo kan nog voor drie maanden blijven of moet de ondersteuningskost van drie maanden aan de voorziening betalen. Flo moet geen verbrekingsvergoeding betalen. 

 

Gebruikers van voorzieningen hebben meestal geen vijf ‘reserve’ zorgaanbieders achter de hand. Deze mensen gaan ervan uit dat ze niet zomaar op straat kunnen belanden met zoon of dochter om dan in allerijl op zoek te moeten gaan naar een alternatief. Zeker nu het PVB aan de horizon verschijnt en we steeds meer in ongekende waters terecht komen willen deze mensen zekerheid over de huidige en toekomstige ondersteuning.

Aan de andere kant is er ook een grote groep mensen die de komst van het PVB wil aangrijpen om nieuwe mogelijkheden uit te proberen. Deze mensen willen dus niet al te lang gebonden blijven aan overeenkomsten die ze in het verleden hebben aangegaan.

Het is dus hoog tijd om eens goed te bekijken hoe we zeker kunnen zijn dat de keuzevrijheid van de gebruiker gerespecteerd blijft, of die nu in de voorziening wil blijven of net niet.

In februari 2011 heeft de Vlaamse regering een aantal spelregels bepaald. Alle overeenkomsten tussen gebruikers en erkende voorzieningen in Vlaanderen zijn hieraan gebonden. Ook na de invoering van het PVB.  Deze regels zijn van kracht in volgende situaties:

De voorziening wil éénzijdig de overeenkomst stopzetten

Voorzieningen kunnen enkel met heel dwingende redenen diensten die ze verstrekken aan een gebruiker zomaar eenzijdig opzeggen. Enkel in heel specifieke gevallen kan een dergelijke contractbreuk plaatsvinden. Dit zijn dan situaties van overmacht of van fysieke of geestelijke wijzigingen waardoor de voorziening niet meer in staat is te ondersteunen.  Daarnaast kunnen ook onwaarheden die de gebruiker of zijn vertegenwoordiger verkondigt of onwil om rekening te houden met de huisregels van de voorziening leiden naar een éénzijdige stopzetting van de dienstverlening.

Als je als gebruiker niet akkoord gaat met een dergelijke stopzetting kan je gaan aankloppen bij de klachtencommissie die hiervoor kan worden samengeroepen. Deze groep mensen zal beide partijen aanhoren en zal verzoenend te werk gaan om zo tot een oplossing te komen.

Als deze commissie beslist dat de voorziening gelijk geeft zal de overeenkomst worden stopgezet. In dit geval is het zo dat een opzegtermijn van langer dan drie maanden niet afdwingbaar is. Ook al werd er een termijn van bijvoorbeeld zes maanden afgesproken in de overeenkomst, drie maanden blijft het maximum. Enkel als beide partijen daarmee instemmen kan hiervan afgeweken worden.

Als de wettelijke eenzijdige opzeggingstermijn van 3 maanden, of de overeengekomen opzeggingstermijn niet gerespecteerd wordt, is een verbrekingsvergoeding verschuldigd. Die vergoeding is, per dag dat de ondersteuning vroeger wordt beëindigd, het verschil tussen de reglementair vastgestelde volledige dagprijs en de verminderde dagprijs, met een maximumtermijn van dertig dagen.

De gebruiker wil éénzijdig de overeenkomst stopzetten

Een andere mogelijkheid bestaat eruit dat de gebruiker zijn of haar overeenkomst wil stopzetten. De regels verschillen in dit gevalt niet van de situatie zoals hierboven wordt beschreven. Ook hier moet de gebruiker rekening houden met een opzegtermijn van drie maanden. Indien de opzeggingstermijnen niet gerespecteerd worden, is de verbrekingsvergoeding verschuldigd.

De verbrekingsverdoeding is dus NIET verschuldigd als de 3 maanden wettelijke, of de overeengekomen langere opzegtermijn wel gerespecteerd wordt.